Twee weken geleden is een nabestaandengroep ‘afgerond’. Al is afronden geen goed woord. Het is het moment waarop zichtbaar wordt wat er is gegroeid. In een groep mensen die elkaar hebben durven zien in hun kwetsbaarheid hebben ze:

  • Herkenning gevondenin verhalen die leken op het hunne, waardoor het gevoel van ‘ik ben de enige’ langzaam kon verzachten;
  • Taal ontwikkeldvoor wat eerder alleen maar een brok in de keel of een knoop in de maag was;
  • Ritme en houvast ervarenin een vaste plek waar rouw niet hoefde te worden uitgelegd;
  • Verbinding opgebouwddie verder reikt dan de bijeenkomsten zelf én een stille wetenschap dat je je pad van rouw niet alleen loopt;
  • (Veer)kracht hervondenin kleine stappen, gedeelde inzichten en het besef dat verdriet niet weg hoeft om verder te kunnen.

Het was een groep die elkaar heeft gedragen en gespiegeld. Maar soms ook in verdriet naast elkaar heeft gezeten. Dat is misschien wel het grootste dat in deze groep is bereikt: rouw hoeft niet langer alleen gedragen.

Vanavond begint er een nieuwe nabestaandengroep.

Mensen die elkaar nog niet kennen en zoeken naar een plek om hun verhaal neer te leggen. Van mens tot mens, van hart naar hart, van verlies naar verbinding, van stilte naar gedeeld verstaan en dragen. Ook hen wens ik die herkenning, verbinding en de kracht van samen dragen zodat ze na de 7 bijeenkomsten met (nog meer) veerkracht (weer) verder kunnen.

Dat de nabestaandengroepen in die behoefte voorzien is fijn. Inmiddels zijn er de eerste nieuwe aanmeldingen voor een groep die start na de zomervakantie.