Een gedicht over liefde die niet ophoudt wanneer iemand wegvalt. Over hoe aanwezigheid soms juist sterker wordt wanneer je iemand niet meer kunt aanraken. En over hoe het gemis zich kan omvormen tot een stille, troostende vorm van nabijheid – een aanwezigheid die je niet ziet, maar wel voelt. πŸ’–