Een stad vol ballonnen. Een jaar van rouw.
‘Al die herinneringen die zo aanwezig zijn dat ze wel zichtbaar moeten zijn. Als een grote ballon die met een touwtje aan mijn pols vastzit. Eentje die ik overal mee naar toe sleep. De stad is vol ballonnen. Met touwtjes vastgemaakt aan polsen’. Dit schrijft Femke van der Laan, in één van haar columns in Het Parool, na de dood van haar echtgenoot Eberhard, de burgemeester van Amsterdam. Het is de titel geworden van haar boek. In het laatste hoofdstuk schrijft ze:

‘Eigenlijk begint het nu pas

Is het nu klaar?
Nee. Het is af, dat wel, maar het is niet klaar.
Wanneer is het wel klaar?
Nooit.
Het zal er altijd zijn. Om me heen. Dichtbij. Vanzelfsprekend bijna. En vertrouwd. Van mij. Als de seizoenen wisselen, als ik witlof eet, als de kinderen staren, als ik wacht tot het water kookt, als we grapjes maken, als ik mijn bed opmaak, als ik door de regen fiets.
Als ik me verdrietig voel. Of bang.
Of gelukkig.
Altijd.
Eigenlijk begint het nu pas.’

Al eerder schreef ze: ‘Het nooit is er pas weer in rust stilte’, schrijft ze, ‘en tikt dan zachtjes op mijn schouder: je maakt nu wel zo leuk die lasagne, maar hij zal er nooit meer van eten hoor. Heel even overzien mijn hoofd en hart dan hoelang het is: nooit. Niet nu, niet straks, ook niet volgend jaar of alle jaren daarna. Waarna ik het besef bedek onder een flinke laag kaas.
Nooit laat zich nog het liefste zien in de randen van de dag. Tijdens de momenten dat we samen waren.
’s Morgens vroeg, in de keuken, laat nooit graag van zich horen: hij zal niet alleen vandaag geen sap voor je persen, maar nooit meer. Jullie drinken niet alleen vandaag geen koffie samen, maar nooit meer. Niet nu, niet straks en ook niet volgend jaar of alle jaren daarna.
Dan gaan de laatste slokken koffie te snel naar binnen om maar aan de dag te kunnen beginnen, met al z’n drukte en gedoe, zodat het woord ‘nooit’ weer de betekenis krijgt die mijn hart aankan: ‘voorlopig even niet’.
Tot het avond wordt en ik het grote lange nooit in zijn volle omvang zie zitten, in de stilte van de vraag naar mijn dag die niet wordt gesteld.’

Indrukwekkend hoe ze woorden heeft weten te vinden voor haar rouw. Haar verdriet. Het gemis. Maar ook woorden hoe het leven weer verder gaat, hoe de dingen van alledag nog zo doorvoelt worden met die persoon die er niet meer is. Het boek ‘Een stad vol ballonnen’ is een liefdevolle schets van rouw in het dagelijks leven.

Delen van dit blog mag, graag zelfs. Svp onder naamsvermelding van Esther Nijbroek, begeleiding bij verlies en rouw.