Spiegel van Liefde …
Er was eens een ziel die de aarde betrad met één verlangen:
Liefde
Niet zomaar liefde, maar onvoorwaardelijke liefde,
puur, grenzeloos, vrij.
Ze zocht het overal.
In ogen die lachten, in armen die haar vasthielden,
in woorden die beloofden nooit te verdwijnen.
Maar telkens weer vond ze slechts schaduwen van wat ze zocht.
Tot op een dag,
toen haar zoektocht haar moe had gemaakt,
ze haar hoofd boog en fluisterde:
“Waarom vind ik Liefde niet?”
Een stem, zacht als de wind door bladeren, antwoordde:
“Je zoekt naar onvoorwaardelijke Liefde,
maar je draagt een tas vol voorwaarden.”
De ziel zweeg.
Ze keek in de tas die ze altijd met zich meedroeg:
oude overtuigingen, angsten, verwachtingen,
behoefte aan erkenning, angst voor afwijzing.
Ze zag dat elke voorwaarde een muur was tussen haar en de Liefde die ze verlangde.
Ze zette de tas neer,
en voor het eerst voelde ze de aarde onder haar voeten.
Warm. Stil. Levend.
En ze hoorde de stem opnieuw:
“Liefde is geen bestemming,
maar je eigen aard, herinnerd in stilte.”
Die nacht droomde ze van een meer.
Het water was zo stil dat het de hemel weerspiegelde.
Toen ze erin keek, zag ze niet haar gezicht,
maar de hele wereld ,bomen, sterren, gezichten, het leven zelf.
En toen begreep ze:
De wereld was haar spiegel.
Wat ze in de wereld zag,
was slechts de reflectie van wat in haar leefde.
Wanneer ze angst voelde,
zag ze angst in de wereld.
Wanneer ze liefde voelde,
begon alles om haar heen te stralen.
Langzaam leerde ze dat schoonheid geen eigenschap is van dingen,
maar een licht dat schijnt vanuit bewustzijn.
Hoe meer ze zich herinnerde wie ze was,
hoe meer schoonheid ze kon zien.
Ze begon mensen te ontmoeten die haar pijn spiegelden,
en ze glimlachte ,
niet uit medelijden, maar uit herkenning.
Want ze wist:
“Zij zijn ik, in een andere vorm.”
En telkens wanneer ze koos om te liefhebben in plaats van te oordelen,
veranderde iets in haar hart.
Het werd lichter. Zachter. Ruimer.
Tot er op een dag niets anders meer was dan Liefde.
De afscheiding loste op als dauw in de zon.
Ze voelde zich één met alles ,
met de aarde, de lucht, de mensen, de sterren.
En toen ze weer in het meer keek,
zag ze enkel Licht.
Geen spiegel, geen scheiding, geen ik en jij.
Alleen Zijn.
En de stem fluisterde voor het laatst:
“Wanneer Liefde alles is wat je wilt,
wordt alles wat je ziet Heilige grond.”
Sindsdien wandelt ze niet meer over de aarde als zoeker,
maar als herinnering.
Ze weet dat waar ze ook kijkt,
ze het Gezicht van de Geliefde ziet ,
in ieder blad, in ieder mens, in ieder moment.
Liefde en Schoonheid.
Schoonheid en Liefde.
Twee woorden,
één wezen…
Want wie Liefde wordt,
hoeft haar nooit meer te zoeken…
(Jeanine van BinnenSpiegels)