𝐇𝐄𝐓 πŠπˆππƒ 𝐈𝐍 π‰πŽπ”

Er was eens een kind dat leerde om niet te veel te vragen.
Niet te veel ruimte in te nemen.
Niet te veel te voelen, niet te veel te zijn.

Dat kind keek goed om zich heen.
Las de kamer.
Las de gezichten.
Las de stiltes.
En paste zich aan.

Omdat het de enige manier was om veilig te blijven.
Dat kind besloot: ik doe het zelf wel.
Ik los het zelf op.
Ik heb niemand nodig.

Een briljante overlevingsstrategie.
Op dat moment.

Maar dat kind is nu volwassen.

En die strategie?
Die draait nog steeds.
Automatisch op de achtergrond.

Je vraagt niet om hulp.
Je zegt “het gaat goed” terwijl je uit elkaar valt.
Je verzorgt iedereen behalve jezelf.
Je voelt je alleen in relaties maar je weet niet waarom.
Je bent moe van het alles bij elkaar houden.

En ergens diep vanbinnen denk je nog steeds:
Als ik het maar goed genoeg doe, dan krijg ik liefde.
Dan ben ik veilig. Dan mag ik er zijn.

Maar dat is de stem van dat kind.
Niet de stem van nu.

Dat kind moest aandacht, liefde en bestaansrecht verdienen.
Dus jij werkt er nog steeds hard voor.
Elke dag opnieuw.

Je geeft en geeft.
En je vraagt je af waarom je je zo leeg voelt.

Je houdt alles draaiende.
En je vraagt je af waarom niemand vraagt hoe het met jou gaat.

Het antwoord zit in dat kind.
Dat kind dat leerde: mijn behoeftes zijn te veel.
Mijn gevoelens zijn lastig.
Mijn aanwezigheid moet nuttig zijn, anders tel ik niet mee.

Die leugen draag je nog steeds met je mee.
In je lijf. In je patronen. In je relaties.

Je trekt mensen aan die nemen.
Omdat geven de enige taal is die je kent.

Je trekt mensen aan die afstand houden.
Omdat dichtbij eng voelt en je niet weet wat je ermee moet.

Je trekt mensen aan die je niet zien.
Omdat onzichtbaar zijn vertrouwd voelt.

En als iemand wΓ©l dichtbij komt?
Dan weet je niet hoe je het moet ontvangen.

Complimenten glijden van je af.
Zorg voelt ongemakkelijk.
Liefde zonder voorwaarden voelt verdacht.

Want dat kind in jou kent dat niet.
Het heeft geleerd dat alles een prijs heeft.

Maar jij bent geen kind meer.
Je mag nu bewust en anders kiezen.

Ruimte innemen zonder je te verontschuldigen.
Hulp vragen zonder zwak te zijn.
Ontvangen zonder iets terug te hoeven geven.

Je mag er zijn.
Gewoon omdat je er bent.

Die boodschap heeft niemand je ooit gegeven.
Dus geef jij hem nu.
Aan jezelf.

Leg je hand op je hart. Sluit je ogen en zeg:
“Ik zie je. Ik weet hoe hard je je best hebt gedaan.
Hoe stil je bent gebleven. Hoeveel je hebt ingeslikt.
Je hoeft het niet meer alleen te doen.
Ik ben er nu.”

Dat kind in jou wacht al jaren op die woorden.
Van jou.

Het is nooit te laat om jezelf te geven wat je toen niet kreeg.
Niet door terug te gaan naar het verleden.
Maar door nu anders te kiezen.

Heling en groei gebeurt:
Elke keer dat je een grens stelt.
Elke keer dat je om hulp vraagt.
Elke keer dat je voelt in plaats van functioneert.

Je hoeft niet meer te overleven.
Je mag gaan leven.
(Sas Steysiger)